Het Passage Theater

De Passage is bij uitstek een plek om elkaar te ontmoeten en uit te gaan. Alleen al vanwege de romantische entourage trok het veel verliefde stelletjes aan. En wat is er leuker dan samen naar de bioscoop te gaan. De Passage heeft in de loop van haar bestaan meerdere bioscopen gekend. De allereerste, het Passage Theater, zat er al in 1905 op nummer 44, halverwege de rotonde en het Buitenhof. In het weekend was het daar zo druk bezoekers langs afgebakende banen werden geleid omdat er anders niemand meer langs zou kunnen. 

In die periode werden stomme films vertoont met titels als “De haat ener vrouw” en “Jan de krankzinnige”, waarmee men een paar uur (tussen 19:00u en 23:00u) onder de pannen was. Vaak waren het hortende beelden van figuren die niet veel anders deden dan elkaar op het hoofd slaan of de handen ten hemel heffen. Een zogenaamde ‘explicateur’ voorzag de film van commentaar en geluiden, zoals bijvoorbeeld klotsend zeewater. Een suppoost kondigde de film af met: “Het licht gaat aan, dames en heren”. Door wanbeleid werd dit theater rond 1920 gesloten. Op 3 oktober 1924 begon de Passagebioscoop een nieuw bestaan onder leiding van Sol Kinsbergen en Marius Spree. De bioscoop was toen een intiem zaaltje met 450 zitplaatsen. De wanden waren gedecoreerd met olifanten en exotische voorstellingen. Bovendien beschikte het over een eigen orkest, om stomme films van begeleiding te voorzien. Het verhaal gaat dat Prins Hendrik een vaste gast was. Meestal kwam hij onopvallend binnen, vergezeld door zijn adjudant en ging op de eerste rij zitten. 

Toen in het ontwerp van de derde arm van de Passage een plek voor een nieuwe bioscoop werd getekend, verhuisde de bioscoop na oplevering naar het nieuwe pand. Deze kwam op de plek waar nu Novotel zit. De opening van deze nieuwe bioscoop vond tegelijk plaats met de opening van de derde arm op 1 november 1929. Meer dan duizend gasten, onder wie de toenmalig burgemeester Patijn, bevolkten de Passage tijdens de Gala Openingsvoorstelling. De hoofdfilm die getoond werd heette ‘Figaro’. Verder zorgde een groot orkest voor feestelijke muziek. In ‘Het Vaderland’ werd het volgende over de nieuwe bioscoop geschreven: “In vele opzichten is dit het merkwaardigste theater van Den Haag. In de eerste plaats al omdat het met zijn elfhonderd zitplaatsen betrekkelijk zoo héél weinig grondoppervlak inneemt en daardoor als het ware een ‘verticaal theater’ genoemd zou kunnen worden. Het gaat geweldig steil naar boven!” 

Tot 1931 waren er alleen filmvoorstellingen te zien, maar vanaf januari 1931 wordt het ook voor toneelvoorstellingen gebruikt. Nog weer twee jaar later wordt de ingang naar de Hofweg verplaatst. Vanaf 1950 kreeg de maatschappij Tuschinski medezeggenschap in het theater en nam in 1955 de exploitatie van de bioscoop geheel over. In 1970 besluiten zij het Passage Theater te laten verbouwen. De tonnen kostende restauratie had als doel om een grotere intimiteit te scheppen, zodat de bezoeker zich echt ‘uit’ kon voelen. Vanwege het comfort werd het aantal stoelen van circa 1000 teruggebracht tot 650 plaatsen. De zaal kreeg lichte zandkleurige wanden en ruimere stoelen in oranjekleurige nylon bekleding.

De loges, die bestemd waren voor “de hooggeplaatste personen, die zich niet onder het gewone volk wilden mengen” verdwijnen. Ook het beduchte tweede balkon, dat niet bepaald prettig was voor mensen met hoogtevrees, verdwijnt. Alle groten van de cinema zijn in de loop der tijden op het doek van de Passage geweest. Maar in 1985 is het al een lange tijd geleden dat de ‘grote klassieken’ in de Passage draaiden. In dat jaar wordt dan ook bekend gemaakt dat Novotel graag een hotel wil openen op die plek. Uiteindelijk komt die er ook. De laatste film die in het Passage Theater gedraaid wordt is ‘Dead Wish 3’ met Charles Bronson, op 29 januari 1986. “De exploitatie van het Passage Theater werd echt te kostbaar. Dat was niet meer rendabel, helaas” (Cannondirecteur J. Bruinstroop) Op 25 juli opent Novotel op diezelfde plek haar deuren.

 (Bron: eigen archief en ‘De Haagse Passage, geschiedenis van een nieuw winkelfenomeen’)